ECLI:NL:RBDHA:2024:3436
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft op 20 augustus 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft op 15 september 2022 een verzoek gedaan aan Bulgarije om eiser terug te nemen op basis van de Dublinverordening, dat op 28 september 2022 werd geaccepteerd. Omdat eiser niet tijdig aan Bulgarije werd overgedragen, werd verweerder per 29 maart 2023 verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag.
Volgens artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 moest verweerder uiterlijk op 29 september 2023 beslissen. Eiser stelde verweerder op 16 november 2023 in gebreke, maar sinds 27 januari 2023 is een besluit van kracht dat de beslistermijn voor asielaanvragen die tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 zijn ingediend met negen maanden verlengt. Hierdoor was de beslistermijn in deze zaak nog niet verstreken toen de ingebrekestelling werd ingediend.
De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling daarom prematuur was en niet voldeed aan de voorwaarden voor het indienen van beroep op grond van niet tijdig beslissen. Het beroep wordt dan ook niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.W. van Eerden op 7 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.