ECLI:NL:RBDHA:2024:3442
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 februari 2024 waarin de tijdelijke bescherming is beëindigd per 4 maart 2024. Verzoeker verzocht om een voorlopige voorziening om de bescherming en bijbehorende voorzieningen te behouden gedurende de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek spoedeisend is omdat de tijdelijke bescherming eindigt voordat het beroep kan worden behandeld. Gezien het aantal en de aard van de beroepsgronden weegt het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden zwaarder dan het belang van verweerder om deze na 4 maart 2024 te beëindigen.
Daarom wordt het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W. Anker en griffier N.M.L. van der Kammen en is openbaar gemaakt via Rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
De zaak betreft toepassing van de Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 betreffende tijdelijke bescherming bij massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.