ECLI:NL:RBDHA:2024:3449
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar
Eiser, een man van Salvadoraanse nationaliteit, diende op 30 november 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag op 8 juni 2023 af wegens het ontbreken van een gegrond vervolgingsgevaar. De rechtbank behandelde het beroep op 16 januari 2024 en oordeelde dat de beroepsgronden niet slagen.
Eiser stelde problemen te hebben ondervonden door publicaties van zijn echtgenote op social media en problemen op zijn werk bij de centrale bank van El Salvador. Verweerder achtte de verklaringen over deze problemen ongeloofwaardig en concludeerde dat er geen aannemelijk bewijs was dat eiser persoonlijk risico liep op vervolging of ernstige schade, ook niet door bendegeweld.
De rechtbank bevestigde dat verweerder terecht oordeelde dat de problemen op het werk en de social media-uitingen niet leidden tot negatieve aandacht van de autoriteiten. Ook het vertrek van eiser uit El Salvador werd niet als vlucht beschouwd, omdat hij legaal vertrok en pas na het verkrijgen van uitzicht op werk in Costa Rica. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.