Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft eiser op 23 februari 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, die de Nigeriaanse nationaliteit heeft, heeft hiertegen beroep ingesteld dat tevens als verzoek om schadevergoeding geldt.
De rechtbank heeft het beroep op 4 maart 2024 behandeld. Eiser was niet aanwezig, maar had een afstandsverklaring getekend. De staatssecretaris heeft als zware gronden voor bewaring aangevoerd dat eiser Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, zich aan toezicht heeft onttrokken en niet vrijwillig is vertrokken ondanks eerdere kennisgevingen. Daarnaast zijn lichte gronden genoemd zoals het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan.
De rechtbank stelt vast dat eiser deze gronden niet heeft betwist en concludeert dat de motivering en gronden voldoende zijn om de bewaring te dragen. Tevens heeft de rechtbank ambtshalve getoetst of de bewaring op enig moment onrechtmatig was, wat niet het geval bleek. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.