Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 16 januari 2024 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, dat tevens als verzoek om schadevergoeding wordt aangemerkt. De maatregel van bewaring is op 19 januari 2024 opgeheven, waardoor de rechtbank zich beperkt tot de vraag of de bewaring onrechtmatig was en of schadevergoeding moet worden toegekend.
De staatssecretaris motiveerde de bewaring met een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Duitsland volgens de Dublinverordening en een significant risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken. Eiser betwist deze gronden niet, maar voert aan dat een lichter middel had moeten worden toegepast omdat hij zich aan zijn meldplicht hield en niet vrijwillig wilde vertrekken. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht aannam dat eiser niet meewerkt aan overdracht en dat de bewaring daarom gerechtvaardigd was.
De rechtbank concludeert dat de bewaring niet onrechtmatig was en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.