ECLI:NL:RBDHA:2024:3553
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker, een Algerijnse asielzoeker, heeft bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag asiel niet in behandeling te nemen wegens verantwoordelijkheid van Spanje volgens de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 5 maart 2024, waarbij verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overwoog dat de hoofdzaak (zaaknummer NL24.1068) reeds is beslist op dezelfde dag als het verzoek, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden werd het verzoek afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.