Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
,ingaande op 13 maart 2024, die inhoudt:
uiterlijk op 13 april 2024een akte
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, een onderneming in kinderkleding onder het merk [merknaam], heeft een verzoek ingediend tot afkondiging van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Faillissementswet Pro in het kader van een besloten WHOA-akkoordprocedure. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoekster statutair gevestigd is in Delft en dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft.
De onderneming kampt met financiële problemen door onder meer coronacrisis, stijgende kosten en een toegenomen schuldenlast, waaronder belastingschulden en een executoriaal verklaarde vordering van een voormalig handelsagent. Verzoekster heeft toegezegd binnen twee maanden een akkoord aan te bieden en heeft aannemelijk gemaakt dat een afkoelingsperiode noodzakelijk is om executiemaatregelen te voorkomen en het voortbestaan van de onderneming en het merk te waarborgen.
Hoewel verzoekster aanvankelijk een termijn van vier maanden voor de afkoelingsperiode heeft gevraagd, heeft de rechtbank deze beperkt tot twee maanden vanwege het ontbreken van concrete contouren van het aan te bieden akkoord en het ontbreken van een jaarrekening 2023 en liquiditeitsprognose. Verzoekster is verplicht uiterlijk 13 april 2024 de rechtbank te informeren over de voortgang van de akkoordprocedure met een schriftelijk verslag en een liquiditeitsoverzicht.
De rechtbank heeft de afkoelingsperiode afgekondigd met de daarbij behorende beperkingen op executiemaatregelen en schorsing van faillissementsverzoeken, teneinde verzoekster in staat te stellen in relatieve rust een akkoord voor te bereiden en aan te bieden.
Uitkomst: Verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode wordt toegewezen voor twee maanden met verplichting tot voortgangsrapportage.