ECLI:NL:RBDHA:2024:3598
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en sloot het onderzoek zonder zitting.
Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet een betrokkene eerst een ingebrekestelling sturen aan het bestuursorgaan om binnen twee weken alsnog een besluit te krijgen, voordat beroep kan worden ingesteld. Sinds 27 januari 2023 is het besluit WBV 2023/3 van kracht, dat de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden verlengt.
De rechtbank oordeelt dat de verlenging rechtmatig is en dat de beslistermijn voor de aanvraag van eiser nog niet was verstreken toen hij de ingebrekestelling indiende. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en voldoet het beroep niet aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, Awb. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.C. Kampschuur op 6 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling binnen de verlengde beslistermijn.