ECLI:NL:RBDHA:2024:3627
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming voor rijnvarende over periode 2009 wegens beperkte toepassingsduur regeling
Eiser, een rijnvarende die in 2009 werkte voor Luxemburgse werkgevers en dubbele premies betaalde, vroeg een tegemoetkoming op grond van de Regeling tijdelijke tegemoetkoming rijnvarenden. De minister wees de aanvraag af omdat de Regeling alleen geldt voor de periode van 1 mei 2010 tot en met 31 december 2015.
Eiser voerde aan dat de Regeling onevenredig is, dat het vertrouwensbeginsel is geschonden en dat sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank overwoog dat de Regeling een tijdelijke, onverplichte tussenoplossing is met een beperkte toepassingsperiode, die de minister bewust heeft vastgesteld. De rechtbank vond dat de minister ruime beleidsvrijheid heeft en dat de Regeling terughoudend moet worden getoetst.
De rechtbank oordeelde dat het niet onredelijk is dat de Regeling niet ziet op 2009, omdat over die periode geen onduidelijkheid bestond over de toepasselijke regelgeving. Eiser maakte niet aannemelijk dat hij in een schrijnende situatie verkeert of dat hij op grond van toezeggingen mocht vertrouwen op tegemoetkoming. Ook was er geen sprake van gelijke gevallen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming over 2009 blijft in stand.