ECLI:NL:RBDHA:2024:3632
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming dubbele premie Rijnvarenden met Liechtensteinse werkgever
Eiser, werkzaam in de Rijnvaart met een Liechtensteinse werkgever, diende een aanvraag in voor een tegemoetkoming wegens dubbele premiebetaling in de sociale zekerheid. De minister wees de aanvraag af omdat Liechtenstein niet onder de rijnoeverstaten valt en de regeling slechts geldt voor de periode 1 mei 2010 tot en met 31 december 2015.
Eiser voerde aan dat de regeling onevenredig en ongelijk is, en dat het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel zijn geschonden. De rechtbank oordeelde dat de regeling een tijdelijke, onverplichte tussenoplossing is voor een specifieke groep rijnvarenden en dat de minister ruime beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van de reikwijdte.
De rechtbank vond geen reden om de regeling buiten toepassing te laten, geen sprake van gerechtvaardigde verwachtingen en geen gelijke gevallen. Het beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming gehandhaafd.