ECLI:NL:RBDHA:2024:3636
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening behoud tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
De verzoeker, een Oekraïense derdelander, ontving op 7 februari 2024 het besluit dat zijn tijdelijke beschermingsstatus per 4 maart 2024 zou eindigen. Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening om de bescherming en de daarbij behorende voorzieningen te behouden zolang het beroep loopt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de spoedeisendheid aanwezig is omdat het beroep niet kan worden afgerond voordat de beschermingsstatus eindigt. Gezien de aard en het aantal beroepsgronden weegt het belang van de verzoeker om de bescherming te behouden zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om deze per 4 maart te beëindigen.
Daarom wordt het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875. De uitspraak is gedaan buiten zitting en is onherroepelijk, zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.