ECLI:NL:RBDHA:2024:364
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig besluit nareis asielaanvraag, rechtbank legt termijn en dwangsommen op
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van 14 februari 2023 voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis aan familieleden. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Na een ingebrekestelling en het verstrijken van de beslistermijn heeft eiser tijdig beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en stelt vast dat verweerder in gebreke is gebleven. Gezien de bijzondere omstandigheden bij nareisaanvragen aan asielhouders, legt de rechtbank een termijn van vier weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 7.500 opgelegd voor het geval van overschrijding.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442, de proceskosten van € 437,50 en de vergoeding van het griffierecht van € 184. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt op 16 januari 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van vier weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen met oplegging van dwangsommen.