ECLI:NL:RBDHA:2024:369
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling zonder redelijk vooruitzicht op verwijdering
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is op 14 november 2023 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde op 3 januari 2024 beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had eerder op 27 november 2023 geoordeeld dat de maatregel tot dat moment rechtmatig was.
De rechtbank toetste nu uitsluitend het voortduren van de maatregel na 22 november 2023. Eiser voerde aan dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering was omdat hij nog persoonlijk bij de Marokkaanse autoriteiten moest worden gepresenteerd en de afgifte van een laissez-passer onzeker was. De rechtbank oordeelde echter dat de afgifte van een laissez-passer niet uitsluitend van die presentatie afhangt en dat eiser zelf initiatieven kan nemen om zijn terugkeer te versnellen.
De rechtbank concludeerde dat er wel degelijk redelijk zicht is op verwijdering en dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.