ECLI:NL:RBDHA:2024:3722
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag nareis vanwege niet aannemelijke familierechtelijke relatie en belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiseres, met de Afghaanse nationaliteit, verzocht om nareis bij haar broer (referent) die een verblijfsvergunning asiel bezit. Verweerder wees de aanvraag af omdat DNA-onderzoek aantoonde dat eiseres geen biologisch kind is van de moeder van referent en dus niet diens zus is. Eiseres kon haar identiteit en familierechtelijke relatie niet aannemelijk maken, mede doordat zij niet beschikbaar was voor een interview.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat de identiteit en familierechtelijke relatie onvoldoende zijn bewezen. Hoewel er verklaringen zijn afgelegd door referent en zijn moeder, ontbreken concrete details over de biologische ouders van eiseres en haar plaats in het gezin. Verweerder heeft voldoende pogingen gedaan tot onderzoek en mocht een persoonlijk interview eisen, wat niet kon plaatsvinden vanwege reisbeperkingen.
In de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro heeft verweerder meegewogen dat er geen hechte persoonlijke banden zijn tussen eiseres en referent, dat eiseres nooit in Nederland verbleef en dat het economisch belang van de staat zwaarder weegt. De rechtbank volgt dit oordeel en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar nareisaanvraag wordt ongegrond verklaard.