ECLI:NL:RBDHA:2024:3729
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen beëindiging ZW-uitkering
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om zijn ZW-uitkering te beëindigen omdat hij meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen. Na behandeling van het beroep en aanvullend deskundigenonderzoek nam verweerder een gewijzigde beslissing waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en verzoeker recht kreeg op doorlopende ZW-uitkering voor de periode van 24 juni 2019 tot 21 januari 2020.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat aan het verzoek voldaan kon worden omdat verweerder aan verzoeker was tegemoetgekomen, zoals voorgeschreven in artikel 8:75a van de Awb.
De proceskosten werden vastgesteld op € 2.313,66, inclusief kosten voor rechtsbijstand en het opvragen van medische informatie. Daarnaast wees de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het griffierecht van € 48,- aan verzoeker te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter M.P. Verloop op 18 maart 2024.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 2.313,66 aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.