ECLI:NL:RBDHA:2024:375
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, een Sierra Leoonse nationaliteit dragende persoon, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde dat het aanmeldgehoor onzorgvuldig was omdat er geen geregistreerde tolk werd ingezet en dat Frankrijk onvoldoende garanties biedt voor een correcte asielprocedure, mede op basis van het AIDA-rapport. Daarnaast voerde hij aan dat de Staatssecretaris het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet mocht toepassen en de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken.
De rechtbank oordeelde dat het aanmeldgehoor niet onzorgvuldig was omdat de tolk ten tijde van het aanmeldgehoor wel geregistreerd stond en eiser de tolk goed kon verstaan. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Frankrijk een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank zag geen reden om het beroep toe te wijzen en verklaarde het beroep kennelijk ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.