ECLI:NL:RBDHA:2024:3750
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij vertrek naar Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel buiten behandeling te stellen vanwege vertrek met onbekende bestemming (MOB). Tijdens de beroepsprocedure is eiser naar Duitsland vertrokken en verblijft daar in een asielzoekerscentrum. De rechtbank oordeelt dat hierdoor het procesbelang is komen te vervallen, omdat eiser geen prijs meer stelt op voortzetting van de procedure in Nederland.
De rechtbank wijst het beroep daarom niet-ontvankelijk en beoordeelt het bestreden besluit niet inhoudelijk. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen, aangezien geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die dit rechtvaardigen. De rechtbank benadrukt dat regelmatig contact met de gemachtigde onvoldoende is om het procesbelang te handhaven, zeker nu eiser niet meer in Nederland verblijft en zijn verblijfplaats in Duitsland niet exact bekend is.
De uitspraak is gedaan door rechter en voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot op 18 maart 2024 te Groningen. Tegen het vonnis staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.