ECLI:NL:RBDHA:2024:3764

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 maart 2024
Publicatiedatum
19 maart 2024
Zaaknummer
NL24.1330
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid opvolgend beroep tegen niet tijdig beslissen in vreemdelingenrecht

Eisers, allen van Syrische nationaliteit, hadden eerder een beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag. De rechtbank had de staatssecretaris toen opgedragen binnen acht weken te beslissen en een dwangsom opgelegd voor elke dag overschrijding.

Op 12 januari 2024 dienden eisers een nieuw beroep in tegen hetzelfde niet tijdig beslissen. De rechtbank overwoog dat volgens landelijke richtlijnen opvolgende beroepen tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk zijn zolang de eerste dwangsom nog niet is volgelopen. Dit voorkomt dat meerdere dwangsommen tegelijk worden opgelegd en beschermt de rechtskracht van de eerste uitspraak.

De rechtbank oordeelde dat het nieuwe beroep daarom niet-ontvankelijk is en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en is zonder zitting gewezen.

Uitkomst: Het opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard omdat de eerste dwangsomperiode nog niet was verstreken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.1330

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] ,

geboren op [geboortedatum]
[naam] ,
geboren op [geboortedatum]
[naam] ,
geboren op [geboortedatum]
[naam] ,
geboren op [geboortedatum]
[naam] ,
geboren op [geboortedatum]
Allen van Syrische nationaliteit
V-nummers: [nummer] , [nummer] , [nummer] , [nummer] en [nummer]
eisers
(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Inleiding

1. Op 30 oktober 2023 heeft deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, het door eisers ingestelde beroep inzake NL23.13074 tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag gegrond verklaard. De staatssecretaris is opgedragen om binnen acht weken na bekendmaking van de uitspraak op de aanvraag van eisers te beslissen. Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat de staatssecretaris een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee de staatssecretaris de genoemde termijnen overschrijdt, met een maximum van € 7.500,-.
1.1
Op 12 januari 2024 hebben eisers (nogmaals) beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag.
1.2
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Tussen partijen is niet geschil dat de staatssecretaris niet tijdig heeft beslist op de aanvraag van eisers en dat de staatssecretaris niet alsnog binnen acht weken na de dag van verzending van voornoemde uitspraak een besluit op de aanvraag van eisers heeft genomen. In geschil is de vraag of eisers opnieuw beroep konden instellen tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag, terwijl de staatssecretaris nog dwangsommen verbeurde. De dwangsomperiode was op 12 januari 2024, de datum dat dit beroep is ingediend, immers nog niet verstreken.
3. De rechtbank stelt vast dat volgens de landelijke richtlijnen ten aanzien van beroepen niet tijdig in het vreemdelingenrecht van 25 maart 2020 opvolgende beroepen tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag, waarbij de dwangsom nog niet is volgelopen, niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Het opleggen van een tweede dwangsom nog voordat de eerste dwangsom is volgelopen, is namelijk in strijd met het systeem van dit soort beroepen. Een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen op een aanvraag doet daarmee af aan de rechtskracht van de eerste uitspraak. De rechtbank ziet geen aanleiding om anders te oordelen.
4. Dit betekent dat het beroep van eisers niet-ontvankelijk is.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van
A.J. Kinds, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.