ECLI:NL:RBDHA:2024:3775
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers, allen van Syrische nationaliteit, dienden op 13 april 2023 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Zij stelden de staatssecretaris bij brief van dezelfde datum in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op hun aanvraag. Nadat de staatssecretaris niet binnen de wettelijke termijn had besloten, werd op 16 januari 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de beslistermijn van 90 dagen, zoals voorgeschreven in artikel 2u van de Vreemdelingenwet, heeft overschreden. Hoewel de staatssecretaris in de ontvangstbevestiging een termijn van zes maanden noemde, is de wettelijke termijn van toepassing en is deze inmiddels verstreken. Het beroep is dan ook kennelijk gegrond.
De rechtbank draagt de staatssecretaris op binnen acht weken na de uitspraak alsnog een besluit te nemen, rekening houdend met de zorgvuldigheid van de besluitvorming en de bekende achterstanden bij nareisaanvragen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €7.500. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eisers, vastgesteld op €437,50.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, aangezien het beroep kennelijk gegrond is en de staatssecretaris geen verweerschrift heeft ingediend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.