ECLI:NL:RBDHA:2024:3789
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugsbezit
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de sluiting van haar woning voor zes maanden op grond van artikel 13b Opiumwet, nadat in de woning en haar auto in totaal 90 kilogram cocaïne werd aangetroffen. De burgemeester besloot tot sluiting vanwege de ernst van de situatie en de bedreiging van het woon- en leefklimaat.
Verzoekster betoogde dat de sluiting onevenredig is, onvoldoende onderbouwd en dat onvoldoende rekening is gehouden met haar en haar zes kinderen, waaronder vijf minderjarigen. Zij stelde dat zij niet wist van de drugs en dat opvang bij familie slechts tijdelijk mogelijk is.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat deze noodzakelijk was vanwege de omvang van de drugsvoorraad en het risico op represailles vanuit het criminele circuit. Evenwichtige belangenafweging vond plaats, waarbij ook de opvang van de kinderen bij familie en de toezegging van vervangende woonruimte door de gemeente werden meegewogen.
De sluiting werd niet als onevenredig beschouwd, mede gezien de ernst van de situatie en het algemeen belang bij handhaving van de openbare orde. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en de woning blijft gesloten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen en de woning blijft gesloten.