ECLI:NL:RBDHA:2024:3795
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verhoging militair invaliditeitspensioen wegens onvoldoende oorzakelijk verband
Eiser, voormalig beroepsmilitair bij de Koninklijke Marine van 2002 tot 2008, diende een verzoek in tot verhoging van zijn militair invaliditeitspensioen (MIP) vanwege ademhalings- en stofwisselingsproblemen, slaapapnoe, diabetes mellitus en obesitas. Deze aandoeningen traden na toekenning van het oorspronkelijke MIP op, dat was gebaseerd op een posttraumatische stressstoornis, een depressieve stoornis en tinnitus.
Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek in 2022 concludeerde een medisch deskundige dat er geen aannemelijk oorzakelijk verband bestond tussen de militaire dienst en de nieuwe aandoeningen. De deskundige wees op de invloed van levensstijl en constitutionele factoren, en stelde dat de klachten niet specifiek kenmerkend zijn voor de eerder vastgestelde psychische stoornissen.
Eiser stelde dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat de psychische stoornissen zijn levensstijl beïnvloeden, wat de nieuwe klachten verklaart. De rechtbank oordeelde echter dat deze stellingen onvoldoende concreet waren onderbouwd en dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verhoging van het militair invaliditeitspensioen is ongegrond verklaard.