ECLI:NL:RBDHA:2024:3802
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
De verzoeker, een Oekraïense derdelander, ontving tijdelijke bescherming die volgens het bestreden besluit van 7 februari 2024 zou eindigen per 4 maart 2024. Tegen dit besluit is beroep ingesteld. Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om zijn tijdelijke beschermingsstatus en de daarbij behorende voorzieningen te behouden gedurende de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat de bescherming na 4 maart 2024 eindigt en het beroep niet tijdig kan worden behandeld. Het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden weegt zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om deze per 4 maart te beëindigen.
Daarom wordt het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst totdat op het beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.