ECLI:NL:RBDHA:2024:3803
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening ter behoud tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming die volgens het bestreden besluit van 7 februari 2024 zou eindigen per 4 maart 2024. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij gedurende de beroepsprocedure zijn beschermingsstatus en de daaraan verbonden voorzieningen kan behouden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat het beroep niet kan worden afgerond voordat de tijdelijke bescherming eindigt. Gezien het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden zolang het beroep loopt, weegt dit zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om de bescherming per 4 maart 2024 te beëindigen.
Daarom werd het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten van €875, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst totdat op het beroep is beslist, en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.