Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Tunesische nationaliteit, verbleef vanaf 8 maart 2023 in bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel van bewaring werd op 1 augustus 2023 opgelegd en op 26 januari 2024 opgeheven vanwege een geplande uitzetting naar Tunesië. Eiser stelde dat hij niet kon terugkeren vanwege vervolging en dat de staatssecretaris onrechtmatige druk had uitgeoefend bij het verkrijgen van de laisser passer.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de periode van 19 januari 2024 tot en met 26 januari 2024, omdat eerdere rechtmatigheid al was vastgesteld in een eerdere uitspraak. De rechtbank oordeelde dat de korte te beoordelen periode geen aanleiding gaf tot een ander oordeel en dat eiser geen nieuwe asielaanvraag had ingediend ondanks zijn stelling van vervolging.
Verder was de aangevoerde druk bij het verkrijgen van de laisser passer onvoldoende onderbouwd en was er geen bewijs dat de staatssecretaris de grenzen van zorgvuldigheid en evenredigheid had overschreden. Ook de wijze van uitzetting werd niet nader onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.