ECLI:NL:RBDHA:2024:384

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2024
Publicatiedatum
16 januari 2024
Zaaknummer
NL24.290
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vreemdelingenwet 2000Art. 8:67 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling

De rechtbank Den Haag behandelde op 12 januari 2024 het beroep van een vreemdeling tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.

De maatregel van bewaring was reeds eerder getoetst in een uitspraak van 5 december 2023, waardoor de rechtbank zich in deze zaak beperkte tot de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring sinds 1 december 2023.

De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser naar Marokko. Er was concreet zicht op uitzetting, onder meer door een vertrekgesprek, schriftelijke rappels op de laissez-passer-aanvraag en een geboekte vlucht met escorts. Het verweer dat nog geen laissez-passer was afgegeven, faalde.

Verder vond de rechtbank de stelling van eiser dat een lichter middel zoals een wekelijkse meldplicht volstaat onvoldoende onderbouwd. Daarom was er geen grond voor opheffing van de bewaring of oplegging van een lichter middel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.290
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

geboren op [geboortedatum],
van Marokkaanse nationaliteit,
v-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Wortel),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: me. G.M. Bouius).

Procesverloop

Verweerder heeft op 29 oktober 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
De rechtbank heeft het beroep op 12 januari 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht hierover, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Met inachtneming van artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek ter zitting mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst in de uitspraak van 5 december 2023 in de zaak NL23.36969. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of het voortduren van de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van het onderzoek in de voorgaande zaak op 1 december 2023 rechtmatig is.
3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend aan de uitzetting werkt en dat er concreet zicht op uitzetting naar Marokko bestaat. Verweerder heeft in de onderhavige beoordelingsperiode op 3 januari 2024 een vertrekgesprek met eiser gevoerd. Daarnaast heeft verweerder op 12 december 2023 en 2 januari 2024 schriftelijk gerappelleerd op de laissez-passer (lp)-aanvraag. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder, onder verwijzing naar de schriftelijke verklaring van 29 december 2023 van het Marokkaanse consulaat, naar voren gebracht dat de Marokkaanse autoriteiten eisers nationaliteit en identiteit hebben bevestigd, met dien verstande dat eiser onder een andere naam bij de Marokkaanse autoriteiten bekend is. Verder heeft de gemachtigde van verweerder naar voren gebracht dat er inmiddels een lp is verstrekt, dat er een vluchtakkoord is tot stand gekomen en dat er een vlucht met escorts voor eiser is geboekt voor 25 januari 2024. Eisers betoog dat er nog geen lp is afgegeven, faalt derhalve.
4. De rechtbank ziet ook voor het overige geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in deze beoordelingsperiode onrechtmatig is geweest. Verder is eisers enkele stelling dat moet worden volstaan met een lichter middel, zoals een wekelijkse meldplicht, onvoldoende onderbouwd zodat al daarom voor opheffing van de bewaring dan wel het opleggen van een lichter middel geen grond bestaat.
5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2024 door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Geçer, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.