ECLI:NL:RBDHA:2024:3840
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag wegens onvoldoende motivatie terugkeergarantie onvoldoende
Eiseres, een Pakistaanse vrouw, diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf om haar familie in Nederland te bezoeken. De Minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat onvoldoende werd vastgesteld dat eiseres tijdig naar Pakistan zou terugkeren, mede vanwege het ontbreken van economische banden met haar land van herkomst.
Eiseres voerde aan dat zij sterke sociale bindingen heeft, waaronder een echtgenoot en twee minderjarige kinderen in Pakistan, en dat deze bindingen een tijdige terugkeer waarborgen. De rechtbank oordeelde dat de afwijzing onvoldoende gemotiveerd was, omdat de minister niet aannemelijk had gemaakt waarom deze sociale bindingen de terugkeer niet konden garanderen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de terugkeergarantie.