Eisers, een vreemdelingengezin zonder rechtmatig verblijf, kregen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd om te verblijven in de Gezinslocatie Gilze. Zij stelden dat de maatregel onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een evenredige belangenafweging en motivering, mede omdat zij medische zorg ontvingen in een andere instelling en geen risico op onderduiken bestond.
De staatssecretaris erkende motiveringsgebreken maar verzocht deze te passeren vanwege praktische overwegingen en aanwezige zorgfaciliteiten. De rechtbank oordeelde dat de maatregel onvoldoende gemotiveerd was, met name omdat niet werd ingegaan op de medische omstandigheden en de mogelijkheid van een lichter middel zoals een meldplicht niet werd onderzocht.
De rechtbank concludeerde dat de vrijheidsbeperkende maatregel onrechtmatig was en kende eisers een immateriële schadevergoeding toe van €550 voor 22 dagen onrechtmatige vrijheidsbeperking. Tevens werden de proceskosten aan eisers toegewezen. Het beroep werd gegrond verklaard en de maatregel opgeheven.