ECLI:NL:RBDHA:2024:3861
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke beschermingsstatus
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 februari 2024 waarin de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid mededeelde dat zijn tijdelijke beschermingsstatus zou eindigen per 4 maart 2024. Tijdens de behandeling van dit beroep heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om zijn tijdelijke bescherming en de daarbij behorende voorzieningen te behouden.
De voorzieningenrechter heeft buiten zitting geoordeeld dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat het beroep niet kan worden afgerond voordat de tijdelijke beschermingsstatus eindigt. Het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden weegt zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om deze na 4 maart 2024 te beëindigen.
Daarom is het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot beëindiging van de tijdelijke beschermingsstatus is geschorst totdat op het beroep is beslist.