ECLI:NL:RBDHA:2024:3909
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening moratorium wegens ontbreken minnelijk schuldsaneringstraject
Op 12 maart 2024 verzocht [naam 1], huurder van een woning van Stichting Vidomes, de rechtbank om een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet te treffen, waarmee de ontruiming van zijn woning op 13 maart 2024 voor zes maanden zou worden verboden. De rechtbank had reeds in een tussenbeschikking van 12 maart 2024 de ontruiming tijdelijk verboden totdat een eindbeslissing zou volgen.
Tijdens de zitting op 21 maart 2024 werd vastgesteld dat niet is gebleken dat [naam 1] een minnelijk schuldsaneringstraject is gestart of dat hiermee op zeer korte termijn zal worden begonnen. De gemeente [plaats] had wel een aanvraag voor schuldhulpverlening bevestigd, maar een stabilisatiefase was niet doorlopen en er was geen duidelijk inzicht in de schuldensituatie. Tevens was niet aannemelijk gemaakt dat lopende huurtermijnen en kosten van levensonderhoud volledig en tijdig betaald kunnen worden.
De rechtbank concludeert dat de voorwaarden voor het verlenen van een moratorium niet zijn vervuld en wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af. Daarnaast verklaart de rechtbank het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van de vereiste stukken en het feit dat het minnelijk traject niet is gestart.
De beslissing is op 21 maart 2024 in het openbaar uitgesproken door rechter R. Cats, in samenwerking met griffier C. Groesbeek.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voorlopige voorziening moratorium af en verklaart het WSNP-verzoek niet-ontvankelijk.