ECLI:NL:RBDHA:2024:3973
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit
Verzoeker, van Liberiaanse nationaliteit, stelde beroep in tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot uitzetting. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat de uitzetting zou worden opgeschort totdat het beroep in de hoofdzaak was beslist.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de bodemzaak, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel. De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening slechts kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist.
Gezien de beslissing in de hoofdzaak was er geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te kennen. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit is afgewezen omdat de bodemzaak reeds is beslist.