ECLI:NL:RBDHA:2024:3973

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 maart 2024
Publicatiedatum
22 maart 2024
Zaaknummer
AWB 23-12551
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit

Verzoeker, van Liberiaanse nationaliteit, stelde beroep in tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot uitzetting. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat de uitzetting zou worden opgeschort totdat het beroep in de hoofdzaak was beslist.

De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de bodemzaak, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel. De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening slechts kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist.

Gezien de beslissing in de hoofdzaak was er geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te kennen. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit is afgewezen omdat de bodemzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/12551

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 maart 2024 in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van gestelde Liberiaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. N.B. Swart)
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. A.J. Rossingh).

Procesverloop

Bij beroepschrift van 25 oktober 2023 heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het besluit van verweerder van 23 oktober 2023. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer AWB 23/12550.
Bij verzoekschrift van 25 oktober 2023 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het beroep is beslist.
Bij uitspraak van heden is het connexe beroep gegrond verklaard.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Aangezien de rechtbank vandaag in de bodemzaak AWB 23/12550 uitspraak heeft gedaan, bestaat er geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
3. Het verzoek om het treffen van voorlopige voorziening dient om die reden te worden afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Nieuwenhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier de rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.