Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties.
Rechtbank Den Haag
De gedetineerde is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tweeënhalf jaar wegens opruiing, belediging en smaad, met een detentie-einddatum van 22 februari 2024. Hij werd in oktober 2022 op de GVM-lijst geplaatst vanwege gedragingen waaronder audioberichten en pogingen tot ongeoorloofd contact met de media.
De gedetineerde vordert in kort geding zijn verwijdering van de GVM-lijst, stellende dat de status onrechtmatig is en een onredelijke inbreuk vormt op zijn levenssfeer, vooral met het oog op zijn resocialisatie. De Staat voert verweer en benadrukt de redelijkheid van de plaatsing en verlengingen van de GVM-status, mede gebaseerd op dreigementen en eerdere gedragingen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het Operationeel Overleg (OO) een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de plaatsing en verlengingen van de GVM-status in redelijkheid zijn genomen. De verlenging met afschaling van het risicoprofiel naar 'verhoogd' is niet onredelijk, en tussentijdse afschaling van toezichtsmaatregelen is mogelijk zonder wijziging van de GVM-status. De vordering tot verwijdering wordt afgewezen en de gedetineerde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de GVM-lijst wordt afgewezen en de plaatsing wordt gehandhaafd tot april 2024 met mogelijkheid tot afschaling van maatregelen.