Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon, diende op 16 september 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat werd aanvaard.
Eiser voerde aan dat overdracht aan Duitsland onevenredige hardheid zou zijn, omdat hij enkel kort in Duitsland was aangehouden voor vingerafdrukken en niet geïnformeerd werd over asielmogelijkheden. Ook had hij de intentie om naar Nederland te reizen vanwege familiebanden. De rechtbank oordeelde dat Duitsland in beginsel verantwoordelijk is en dat verweerder mocht vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de informatie uit Eurodac.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat Duitsland niet aan zijn verdragsverplichtingen voldoet. Ook achtte zij de verblijfplaats van de broer en de intentie van eiser geen bijzondere omstandigheden die overdracht onevenredig zouden maken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.