Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- de dagvaarding van 22 mei 2023 met producties 1 tot en met 11;
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 4;
- het tussenvonnis van 11 oktober 2023 waarbij een mondelinge behandeling is
Rechtbank Den Haag
Eiser vordert vergoeding van €57.520,31 voor schade aan zijn woonwagen en schuur veroorzaakt tijdens een politieactie in het kader van een drugsonderzoek. Hij was als verdachte aangemerkt maar later niet vervolgd. De Staat betwist de onrechtmatigheid van de doorzoeking en de hoogte van de schade.
De rechtbank oordeelt dat er voldoende redelijk vermoeden van schuld bestond ten tijde van de doorzoeking, gebaseerd op uitgebreid politieonderzoek en camerabeelden die verband hielden met de productie van synthetische drugs. De doorzoeking was gerechtvaardigd en proportioneel, mede vanwege het vuurwapengevaar en de aard van de verdenking.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet voldoet aan de criteria voor schadevergoeding als gewezen verdachte, omdat er geen sprake is van onrechtmatig optreden of bewezen onschuld. De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de schadevergoeding van eiser af wegens rechtmatige doorzoeking en onvoldoende grond voor vergoeding.