ECLI:NL:RBDHA:2024:4039
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
Verzoeker, een Oekraïense onderdaan, kreeg tijdelijke bescherming toegekend. Op 7 februari 2024 werd hem meegedeeld dat deze bescherming zou eindigen per 4 maart 2024. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om zijn beschermingsstatus en de daarbij behorende voorzieningen te behouden gedurende de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed aanwezig was omdat het beroep niet kan worden afgerond vóór het einde van de tijdelijke bescherming. Gezien het gewicht van het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden en de aard van de beroepsgronden, werd het verzoek toegewezen als ordemaatregel. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk. De rechter baseerde zich onder meer op de Algemene wet bestuursrecht en Europese regelgeving betreffende tijdelijke bescherming van ontheemden uit Oekraïne.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.