ECLI:NL:RBDHA:2024:4043
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
Verzoeker, een Oekraïense onderdaan, had tijdelijke bescherming genoten die volgens het bestreden besluit van 21 februari 2024 zou eindigen per 4 maart 2024. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de bescherming en bijbehorende voorzieningen te behouden tijdens de behandeling van het beroep.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoeker om de tijdelijke beschermingsstatus te behouden zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris om deze na 4 maart 2024 te beëindigen. Gezien de complexiteit en het aantal beroepsgronden kon het beroep niet tijdig worden behandeld voor het einde van de bescherming.
Daarom werd het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming is geschorst en de staatssecretaris is veroordeeld in de proceskosten.