De rechtbank Den Haag behandelde op 22 maart 2024 een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie van de vader aan de moeder en hun twee kinderen. De vader wilde de alimentatie voor het jongste kind verhogen en die voor het oudste kind op nihil stellen, omdat het oudste kind studiefinanciering ontvangt en deels in haar eigen behoefte kan voorzien door een stagevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat het inkomen van de moeder was gestegen, wat een wijziging van omstandigheden vormt voor herberekening van de alimentatie. De behoefte van het oudste kind werd verlaagd met de ontvangen studiefinanciering en een redelijke stagevergoeding, waardoor de behoefte aan ouderlijke bijdrage daalde. De draagkracht van beide ouders werd berekend volgens de methode van de Expertgroep Alimentatie, waarbij de vader een hogere draagkracht had dan de moeder.
Gezien het gezamenlijke tekort aan draagkracht om volledig in de behoeften van beide kinderen te voorzien, werd de beschikbare draagkracht van de vader naar rato van de behoeften van de kinderen verdeeld. De rechtbank bepaalde dat de vader vanaf 8 september 2023 maandelijks €195 aan het oudste kind en vanaf 1 november 2023 €263 aan de moeder voor het jongste kind moet betalen, met een wettelijke indexering per 1 januari 2024. De alimentatie moet vooruitbetaald worden en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad. Beide ouders dragen hun eigen proceskosten.