ECLI:NL:RBDHA:2024:4047
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening ter behoud tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
Verzoeker, een Oekraïense onderdaan, kreeg tijdelijke bescherming die volgens het bestreden besluit van 7 februari 2024 zou eindigen na 4 maart 2024. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat hij zijn tijdelijke beschermingsstatus en de daarbij behorende voorzieningen kan behouden gedurende de behandeling van het beroep.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat het beroep niet kan worden afgerond voordat de tijdelijke beschermingsstatus eindigt. Gezien het aantal en de aard van de beroepsgronden weegt het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden zwaarder dan het belang van verweerder om deze per 4 maart 2024 te beëindigen.
Daarom werd het verzoek bij wijze van ordemaatregel toegewezen, het bestreden besluit geschorst tot uitspraak in de hoofdzaak en verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €875. De uitspraak is gedaan buiten zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst tot uitspraak in het beroep en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.