Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 14 februari 2024 in bewaring gesteld wegens een eerder opgelegd inreisverbod uit 2014. Hij voerde aan dat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf was, dat de ophouding te lang duurde, en dat hij geen vaste woon- of verblijfplaats had omdat hij regelmatig op straat werd aangetroffen.
De rechtbank oordeelde dat het redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond, de ophouding niet langer duurde dan de maximaal toegestane zes uur, en dat het regelmatig aantreffen van eiser op de openbare weg niet betekent dat hij een vaste verblijfplaats heeft. Ook werd geoordeeld dat er voldoende gronden waren voor de maatregel van bewaring.
Eiser stelde dat er geen zicht op uitzetting naar Marokko was, maar de rechtbank verwees naar recente jurisprudentie en constateerde dat de staatssecretaris voortvarend handelt met de uitzetting, onder meer door het aanvragen van een laissez passer. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.