Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[Naam 1], [Naam 2] en [Naam 3], verzoekers
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaken hebben drie verzoekers voorlopige voorzieningen gevraagd tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Deze besluiten, gedateerd 27 februari 2024, betreffen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
De verzoekers hebben beroep ingesteld tegen deze besluiten en tegelijkertijd gevraagd om opschorting van de rechtsgevolgen van deze besluiten totdat op het beroep is beslist. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb zonder zitting uitspraak gedaan.
De rechtbank heeft bij een gelijktijdige uitspraak in de zaken met nummers NL24.7759, NL24.7761 en NL24.7763 reeds op de beroepen beslist waarop deze voorlopige voorzieningen betrekking hebben. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en worden de verzoeken als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en griffier E.C. Jacobs en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de rechtbank reeds op de beroepen heeft beslist.