ECLI:NL:RBDHA:2024:4144
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening ter behoud tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 11 maart 2024 waarbij de tijdelijke bescherming van de verzoeker is beëindigd per 4 maart 2024. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en verzocht om behoud van de tijdelijke beschermingsstatus gedurende de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter overweegt dat het beroep niet kan worden afgerond voordat de tijdelijke bescherming eindigt, mede vanwege het aantal en de aard van de beroepsgronden. Het belang van verzoeker om de voorzieningen verbonden aan de tijdelijke beschermingsstatus te behouden weegt zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om deze voorzieningen per direct te beëindigen.
Op grond hiervan wordt het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op €875 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan buiten zitting en is onherroepelijk. De voorzieningenrechter baseert zich onder meer op de toepasselijke Europese richtlijn en het uitvoeringsbesluit betreffende tijdelijke bescherming van ontheemden uit Oekraïne.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €875 proceskosten.