ECLI:NL:RBDHA:2024:4149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening ter behoud tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker, een Oekraïense derdelander, bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat zijn tijdelijke beschermingsstatus per 4 maart 2024 eindigt. De verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om tijdens de behandeling van het beroep zijn tijdelijke bescherming en de daarmee samenhangende voorzieningen te behouden.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld dat onverwijlde spoed aanwezig is, omdat het beroep niet kan worden afgerond voordat de tijdelijke beschermingsstatus eindigt. Gezien het aantal en de aard van de beroepsgronden weegt het belang van de verzoeker om de bescherming te behouden zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om deze per 4 maart 2024 te beëindigen.
Daarom is het verzoek tot schorsing van het bestreden besluit toegewezen. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de verzoeker, vastgesteld op € 875, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming is geschorst totdat op het beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van proceskosten.