Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Ethiopische nationaliteit, is op 4 maart 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan. De rechtbank heeft het beroep schriftelijk behandeld en het onderzoek gesloten op 13 maart 2024.
De rechtbank stelt vast dat de gronden voor de maatregel van bewaring, waaronder het concrete aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en het risico op onttrekking aan toezicht, niet zijn betwist door eiser. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat zowel zware als lichte gronden aanwezig zijn die de bewaring rechtvaardigen. De medische omstandigheden van eiser zijn betrokken in de belangenafweging, waarbij is overwogen dat passende medische zorg beschikbaar is in het detentiecentrum.
Eiser voerde aan dat een lichter middel had moeten worden toegepast en dat verweerder onvoldoende voortvarend zou handelen bij de uitzetting. De rechtbank oordeelt dat verweerder adequaat en tijdig heeft gehandeld, met onder meer een vertrekgesprek, een claimverzoek aan Duitse autoriteiten en een overdrachtsbesluit binnen korte tijd na oplegging van de maatregel.
De ambtshalve toetsing leidt niet tot een oordeel dat de maatregel onrechtmatig is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.