Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Duitse EU-onderdaan, werd op 14 februari 2024 in bewaring gesteld wegens een redelijk vermoeden van illegaal verblijf in Nederland, na een strafrechtelijke aanhouding wegens overtreding van een lokale verordening. De maatregel van bewaring werd later opgeheven door verweerder. Eiser stelde beroep in tegen de bewaring en verzocht om schadevergoeding wegens onrechtmatigheid.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was. Uit het proces-verbaal bleek dat eiser onrechtmatig verbleef, wat een redelijk vermoeden van illegaal verblijf rechtvaardigde. Eiser voerde aan dat onvoldoende gronden bestonden voor bewaring omdat hij zelfstandig wilde vertrekken en mogelijk werk kon vinden, maar de rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris voldoende zware gronden had, zoals het risico op ontduiking van toezicht en het ontlopen van uitzetting.
Verder stelde de rechtbank vast dat het rechtmatig verblijf van eiser als EU-onderdaan was beëindigd en dat de maatregel niet was opgelegd om hem van de straat te halen. Omdat eiser inmiddels was uitgezet naar Duitsland, was er voldoende zicht op uitzetting binnen redelijke termijn. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.