ECLI:NL:RBDHA:2024:4172
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening ter behoud tijdelijke beschermingsstatus Oekraïense derdelander
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, had tijdelijke bescherming gekregen die volgens het bestreden besluit op 4 maart 2024 zou eindigen. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om tijdens de beroepsprocedure de bescherming en de daaraan verbonden voorzieningen te behouden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed aanwezig was omdat de bescherming zou eindigen voordat het beroep kon worden behandeld. Gezien het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden en het aantal en de aard van de beroepsgronden, woog dit zwaarder dan het belang van verweerder om de bescherming per 4 maart 2024 te beëindigen.
Daarom werd het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €875 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet. De zaak is geplaatst in de context van de EU-richtlijn 2001/55/EG en het uitvoeringsbesluit 2022/382 betreffende tijdelijke bescherming van ontheemden uit Oekraïne.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst totdat op het beroep is beslist en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.