Uitspraak
1.De procedure
- het op 6 juli 2023 ingekomen verzoek waarmee in verzet wordt gekomen als bedoeld in artikel 29 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (hierna: Wgbz) tegen de beslissing van de griffier van de rechtbank Den Haag (hierna: de griffier) tot heffing van griffierecht in het bij deze rechtbank gevoerde kort geding met kenmerk C/09/650001 / KG ZA 23-555 (althans voor zover geen gehoor wordt gegeven aan het primaire verzoek om geen griffierecht te heffen);
- het e-mailbericht van 6 juli 2023 waarin de griffier toelicht dat en waarom er in kort geding 23-555 door verzoeker griffierecht moet worden betaald en meedeelt dat het verzet in behandeling zal worden genomen;
- het e-mailbericht van de zijde van verzoeker van 31 augustus 2023, waarin hij aangeeft gehoord te willen worden op het verzoek;
- het op 4 september 2023 ingekomen verweerschrift van de griffier.