ECLI:NL:RBDHA:2024:4181
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder dwangsom voor strijdig gebruik perceel als tuin
Eiser betwist dat het gebruik van het achterste gedeelte van zijn perceel als tuin in strijd is met het bestemmingsplan en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Verweerder heeft een last onder dwangsom opgelegd om dit gebruik te beëindigen. De rechtbank oordeelt dat het perceel volgens het bestemmingsplan bestemd is voor bollenteelt en dat het gebruik als tuin een overtreding vormt. Het argument van eiser dat een bouwvergunning uit 2002 dit toestaat, wordt verworpen omdat deze vergunning niet ziet op het achterste perceelsgedeelte.
De rechtbank stelt vast dat de last onder dwangsom voldoende duidelijk is geformuleerd en dat handhavend optreden niet onevenredig is, mede gelet op het belang van het behoud van het karakteristieke buitengebied en de projectmatige handhaving door verweerder. Eiser kan het gebruik alleen legaliseren door een bollengrondcompensatie-overeenkomst te sluiten, hetgeen hij niet heeft gedaan. De hoogte van de dwangsom wordt als proportioneel beoordeeld.
Daarnaast is de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar- en beroepsproces met zes maanden overschreden, waardoor de Staat wordt veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €500,- en een proceskostenvergoeding van €437,50 aan eiser. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het primaire besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.