Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
Inleiding
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 2 februari 2024 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel in, welke op 13 februari 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser legde aan zijn aanvraag een asielrelaas ten grondslag waarin hij stelde bedreigd en mishandeld te zijn door de familie van zijn ex-vriendin in Marokko, waardoor hij het land verliet.
De staatssecretaris achtte het verhaal ongeloofwaardig vanwege onduidelijkheden over de leeftijd van de dochter van eiser en het ontbreken van bewijsstukken over de gevangenisstraf. Correcties en aanvullingen die eiser na het voornemen indiende, werden volgens de staatssecretaris niet tijdig ingediend en daarom niet meegenomen.
De rechtbank oordeelt echter dat de correcties en aanvullingen wel degelijk betrokken hadden moeten worden bij de besluitvorming. Het bestreden besluit vermeldde niet of de correctie van de leeftijd van de dochter werd gevolgd, wat een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek oplevert. Daarom wordt het besluit vernietigd en krijgt de staatssecretaris zes weken om een nieuw besluit te nemen.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tevens in de proceskosten van eiser ter hoogte van € 875,00. Het beroep wordt gegrond verklaard en de overige beroepsgronden behoeven geen bespreking meer.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris krijgt zes weken voor een nieuw besluit.