Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende een asielaanvraag in Nederland in, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen op grond van de Dublinverordening. Nederland had een verzoek tot terugname van de asielaanvraag ingediend bij Duitsland, dat dit verzoek accepteerde.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland niet kon worden aangenomen vanwege slechte opvangomstandigheden, gebrek aan sanitaire voorzieningen en medische zorg, en het risico op indirect refoulement naar Algerije. Tevens voerde hij aan geen juridische bijstand te hebben gekregen in Duitsland en niet te weten waar hij klachten kon indienen.
De rechtbank oordeelde dat eiser deze stellingen onvoldoende had onderbouwd. Er was geen bewijs van structurele tekortkomingen in Duitsland, noch van het ontbreken van juridische bijstand of effectieve klachtenmogelijkheden. Hierdoor bleef het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing en was Duitsland verantwoordelijk voor de asielaanvraag.
De rechtbank zag ook geen reden om de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan Nederland toe te wijzen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.