ECLI:NL:RBDHA:2024:4325
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid
Verzoekster heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen, omdat Letland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de rechtsgevolgen van het bestreden besluit zou opschorten totdat op het beroep was beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat op het beroep inmiddels door de rechtbank is beslist in een andere zaak met een gerelateerd zaaknummer. Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening overbodig geworden en werd het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep heeft beslist.