5.1.Volgens eiseres strekt haar beroep niet zozeer tegen de aanwijzing van een erf als zodanig, maar wel tegen het feit dat volstrekt onduidelijk is wat het bestreden besluit nu eigenlijk regelt. Het lijkt er op dat iedereen voor iedere garage mag parkeren. Ook als dat ten koste gaat van de parkeergelegenheid van de betreffende bewoner. Hierdoor kan het zelfs voorkomen dat mensen niet meer uit hun garage kunnen. Dit is in strijd met de toezeggingen die zijn gedaan aan de bewoners, dat alleen de bewoners voor de eigen garage mogen parkeren. De inrichting van het woonerf sluit niet aan bij de parkeerbehoeften van de bewoners, waardoor een gigantisch verkeersprobleem wordt gecreëerd. Het is eiseres niet duidelijk welke belangenafweging verweerder heeft gemaakt
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank stelt allereerst vast dat de pilot geen onderdeel uitmaakt van het verkeersbesluit. De pilot wordt in de overwegingen wel genoemd, maar het verkeersbesluit houdt alleen in dat door het plaatsen van borden volgens model G05 en G06 van Bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) de weggedeelten [straatnaam 1] en [straatnaam 2] worden aangewezen als (woon-)erf.
7. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) komt het bestuursorgaan bij het nemen van een verkeersbesluit een ruime beoordelingsmarge toe.Het is aan het bestuursorgaan om alle verschillende belangen tegen elkaar af te wegen bij het nemen van een dergelijk besluit. De rechtbank dient zich bij de beoordeling van zo’n besluit terughoudend op te stellen en slechts te toetsen of het besluit niet strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel of er sprake is van een zodanige onevenwichtigheid in de afweging van de betrokken belangen, dat het bestuursorgaan niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen.
8. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding aan te nemen dat er sprake is van een onevenwichtigheid in de afweging van de betrokken belangen. Verweerder heeft het besluit ook voldoende gemotiveerd. In het bestreden besluit heeft verweerder verwezen naar het advies van de Adviescommissie bezwaarschriften. Daarmee is verweerder voldoende ingegaan op de bezwaren. Daar komt nog bij dat eiseres op de zitting heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen de aanwijzing van de [straatnaam 1] en de [straatnaam 2] als (woon-)erf. Zoals hiervoor al is overwogen heeft het besluit alleen betrekking op die aanwijzing.
9. In een woonerf mag alleen geparkeerd worden in de daartoe aangewezen parkeervakken.Deze parkeervakken zijn door verweerder aangeduid met een tegel met de letter P. Aan het begin van het (woon-)erf is een bord geplaatst waarop staat dat uitsluitend in de vakken met een P mag worden geparkeerd.
10. Verweerder heeft, zoals de rechtbank het begrijpt, de bewoners met een garage/berging tegemoet willen komen en het met de pilot voor
deze bewonersmogelijk willen maken om, in afwijking van artikel 46 RVV 1990, onder voorwaarden te kunnen parkeren voor de ingang van de eigen garage/berging. Deze vakken zijn, anders dan de openbare parkeervakken, niet aangeduid met de letter P, maar met een wit steentje op de hoeken van het openbare weggedeelte voor de garagedeuren. Het is daarom niet zo dat bezoekers mogen parkeren voor de garagedeuren. Op die plekken is immers geen P-tegel aangebracht.
11. De beroepsgronden van eiseres richten zich alleen tegen de pilot. Zoals de rechtbank onder 6 heeft vastgesteld valt de pilot niet onder de reikwijdte van het bestreden besluit. De rechtbank is het bovendien met verweerder eens dat de pilot een gedoogbeslissing is, waartegen geen bezwaar en beroep mogelijk is.
Proceskostenvergoeding in bezwaar
12. Volgens eiseres is verweerder in bezwaar volledig aan haar tegemoetgekomen. Zij verzoekt om een vergoeding van de proceskosten in bezwaar. De rechtbank overweegt als volgt. De bezwaren van eiseres zagen op de uitvoeringsaspecten van de pilot. De pilot valt niet onder de reikwijdte van het primaire besluit. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar.